HAUT Legal & Tax advocaten

Vernieuwing van het burgerlijk procesrecht

Vernieuwing van het burgerlijk procesrecht

Al enige tijd is onze wetgever bezig met de vernieuwing van het burgerlijk procesrecht. Een onderdeel hiervan is het Wetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht welke al in oktober 2014 is ingediend bij de Tweede Kamer. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel goedgekeurd en het ligt inmiddels ter goedkeuring bij de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel is een onderdeel van het programma Kwaliteit en Innovatie Rechtspraak (hierna te noemen: KEI). Dit wetsvoorstel pleit voor een modernisering van het burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht. Belangrijke aspecten van het wetsvoorstel zijn: het vereenvoudigen van de civiele procedure door middel van een uniforme basisprocedure en de digitale procesvoering. (De nieuwe wetsartikelen, zoals deze bij de Eerste Kamer liggen, zijn te vinden op: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34059-A.html) Vanuit dit perspectief zullen de belangrijkste veranderingen hieronder uiteen worden gezet.

Uniforme procesinleiding

Een belangrijk element van de uniforme basisprocedure welke met het wetsvoorstel wordt geïntroduceerd is het inleidende processtuk: de procesinleiding ( het nieuwe artikel 30a Rv). Dit stuk is vervangend voor de huidige dagvaarding en het verzoekschrift (er wordt geen onderscheid meer gemaakt hoe het geding aanhangig wordt gemaakt). Zo moet er in één procesinleiding een verzoek en vordering worden ingesteld, mocht hier sprake van zijn. Het verschil in de vervolgprocedure van de dagvaarding (in de nieuwe wetgeving: vorderingsprocedure) en het verzoekschrift (in de nieuwe wetgeving: verzoekprocedure) blijft echter wel bestaan. De oproeping van partijen blijft hierdoor ook verschillend.

De procedure tot oproeping wordt complexer en tijdrovender doordat de eiser bij beide procedures in beginsel eerst de procesinleiding moet indienen bij het gerecht. De procedure tot oproeping in de verzoekprocedure blijft gelijk aan de huidige wetgeving: de oproeping geschiedt door de gerechten. In de vorderingsprocedure ontvangt de eiser een oproepingsbericht van de rechter, in dit oproepingsbericht staan gegevens die volgens het huidige artikel 111 lid 2 Rv in de dagvaarding moeten staan. Wanneer het een vorderingsprocedure betreft, dient de eiser aan de hand van het oproepingsbericht de gedaagde op te roepen.

Er zijn twee manieren van oproepen in de vorderingsprocedure:

  1. De eiser kan na ontvangst van het oproepingsbericht kiezen voor bezorging op een andere wijze, bijvoorbeeld door middel van een email of gewone brief. Deze procedure wordt de informele oproeping genoemd. Men is nu niet afhankelijk van de deurwaarder, volgens de wetgever eenvoudiger en goedkoper. Een kleine kanttekening kan hierbij wel gemaakt worden, de wederpartij zal hoogstwaarschijnlijk ervoor kiezen om deze oproeping te negeren om zo meer tijd te genereren voor voorbereiding. Wanneer de gedaagde niet verschijnt na deze informele procedure, moet de gedaagde door middel van een deurwaardersexploot (betekening achteraf) worden opgeroepen. Dit brengt met zich mee dat de kosten van de deurwaarder alsnog in rekening worden gebracht.
  2. Om deze omstandigheden te voorkomen, kan ook gekozen worden om de oude manier van dagvaarden te handhaven. De deurwaarder brengt een exploot uit (betekening vooraf), dat tevens de inhoud van de procesinleiding bevat, gevolgd door indiening daarvan bij het gerecht. Daarna wordt dit exploot ingediend bij het gerecht.

Voor de verdere procedure is er sprake van gelijkheid met de huidige wetgeving, de wetgever beoogt wel dat er nadruk moet worden gelegd op de mondelinge behandeling van de zaak. Hierdoor kan snel een helder beeld van de zaak worden verkregen, eventueel door getuigen te verhoren en (partij) deskundige te raadplegen bij de eerste mondelinge procedure.

Digitalisering

Met het nieuwe wetsvoorstel wordt beoogd dat een aanzienlijk deel van de processen digitaal verloopt. De enige procedures die schriftelijk verlopen (naar verwachting in 2018) zijn die van particulieren die zonder advocaat of andere gemachtigde procederen. Voor de overgebleven procespartijen wordt online procederen verplicht. Partijen moeten de procedure digitaal starten. Alle partijen (ook particulieren), krijgen online toegang tot hun eigen zaaksdossier. In dit dossier kunnen zij stukken indienen die meteen in het digitale dossier terechtkomen. Een voordeel van de online procedure is dat partijen snel kunnen inzien hoe de zaak ervoor staat. De rechter is, zo is de bedoeling van het wetsvoorstel, een zaaksrechter: een rechter die direct vanaf het begin van de procedure verantwoordelijk is voor de behandeling van de zaak. De zaaksrechter behandelt de zaak ook online met uitzondering van de zitting.

De bedoeling is om de nieuwe wetgeving gefaseerd in werking te laten treden. De digitalisering moet in zijn geheel doorgevoerd zijn voor 2018.

Teruggebeld worden?

Interessant artikel?

Deel dit artikel via onderstaande kanalen:
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Kom in contact
Door dit formulier te verzenden, ga je akkoord met de opslag én verwerking van jouw persoonsgegevens door HAUT Legal & Tax. Privacyreglement.

Expertises

Recente artikelen

MKB CONTINUÏTEITSSCAN

“HOE ZIET UW CONTINUÏTEIT ERUIT?”

Doe de gratis MKB continuïteitsscan! Voor de ene sector is Covid een zegen en voor de ander een drama. Laat onverlet dat door deze crisis er wellicht een nieuwe strategie gekozen moet worden. Welke kansen of bedreigingen heeft u? 

HAUT Legal & Tax Advocaten
HAUT Legal & Tax Advocaten